Overslaan en naar de inhoud gaan
Flessenpost

Artikel Flessenpost

En weer... een ander geluid over het kappen van bomen in het Schoorlse bos

Gelukkig zijn er mensen die wél natuuronderzoek hebben gedaan

Met verbazing heb ik de berichtgeving over de ingrijpende kap- en plagplannen van Staatsbosbeheer in de Schoorlse duinen gevolgd. Het begon bij Trouw.
Waardevol naaldbos, wat gebeurt ermee? Lees verder

De pas opgerichte actiegroep Schoorlsebosmoetblijven had een interview met een journalist die zeer onder de indruk bleek van het verhaal van Staatsbosbeheer en de bosbeschermers neerzette als een groep emotionele domme burgers die bang zijn voor elke verandering.

Hij heeft een mooi verhaal geschreven, maar is daarbij voorbij gegaan aan de diversiteit binnen de groep en belangrijker; aan de natuurwaarden van het bos die wel degelijk benadrukt zijn. Lees mijn ingezonden brief aan Trouw, die overigens niet werd geplaatst.

Vervolgens heeft de Volkskrant dit verhaal nog eens extra aangedikt en daarvan zijn toen weer delen in de vorige Flessenpost verschenen. Geen van deze journalisten heeft het bos gezien, ook maar enig onderzoek gedaan of kritische vragen gesteld.

Gebieden in de Zuid-Hollandse kalkrijke duinen worden klakkeloos vergeleken met de situatie in het kalkarme Schoorlse gebied en elk dennenbos wordt bij voorbaat al waardeloos verklaard.

Gelukkig zijn er mensen die wél natuuronderzoek hebben gedaan en dat een leven lang. Ik denk daarbij aan Martijn Oud, mycoloog en aan Rob Bijlsma die al jaren roofvogels en alles daaromheen bestudeert en inventariseert in de Drentse dennenbossen.

Hierbij hun kijk op het bos...

Bijzonder dennenbos

Eindelijk kwam de lang verwachte regen waardoor de paddenstoelen in de duinen alsnog tevoorschijn kwamen. Door een paar paddenstoelenkenners werd een bekend gerenommeerd dennenbos bezocht in het noordelijk deel van de Schoorlse staatsbossen. Het bos staat bij insiders bekend om zijn enorme paddenstoelenrijkdom. Toch gaat dit bos waarschijnlijk tegen de vlakte. Er zijn grootse en vergevorderde plannen om meer dynamiek te creëren in Schoorl door onder andere naaldbossen te kappen en hiermee wind en zand meer ruimte te geven. Achter de eerste duinen in het noordelijk deel van het gebied zijn al delen van naaldbossen gekapt. Het kappen gaat gewoon door, ondanks de plannen van de regering om 100.000 hectare bos aan te leggen en daarmee tegemoet te komen aan de beoogde verlaging van de CO2-uitstoot in Nederland. Het bezochte mycologisch waardevolle dennenbos ligt op een duinrug.

Vanaf de westelijk gelegen Oude baaknolweg lopen er verschillende onverharde paden doorheen. Het dennenbos bestaat hier hoofdzakelijk uit Zwarte den (Pinus nigra). Alleen langs de Oude baaknolweg en het dennenbos is een smalle zone aanwezig met Berk, Zomereik en Amerikaanse vogelkers. Op veel plaatsen is de bodem bedekt met korstmossen (Cladonia's). De andere kant van het bos, op het noordoostelijk talud van de duinrug, is het meest waardevol voor de paddenstoelen. Hier staan voornamelijk jonge Zwarte dennen, zaailingen van oudere bomen hoger op het duin, met op de grond veel korstmos.

Zeer veel paddenstoelen

Tijdens de wandeling werd een flink aantal mooie exemplaren van het Gewoon eekhoorntjesbrood (Boletus edulis) aangetroffen. In Schoorl komen eekhoorntjesbroden nog overwegend in dennenbossen voor, iets wat elders in Nederland veel minder het geval is. Maar er was veel meer te zien. Het bos staat al jaren bekend om het grote aantal ringboleten (Suillus) als mycorrhizasymbionten van de aanwezige Zwarte dennen. De wandeling bracht onder andere tientallen Bruine ringboleten (Suillus luteus), Melkboleten (Suillus granulatus) en Koeienboleten(Suillus bovinus) aan het licht. Vooral aan de noordoostkant op het talud van de duinrug stond het vol Levermelkzwammen met paddenstoelen. Behalve groepen Leverkleurige melkzwammen (Lactarius hepaticus), Smakelijke melkzwammen (Lactarius deliciosus) en Valse cantharellen (Hygrophoropsis aurantiacus) waren er tientallen Vliegenzwammen (Amanita muscaria) en Koeienboleten te zien. Uiteindelijk werd het een hele waslijst met waargenomen paddenstoelensoorten. De meest bijzondere waren wel de Witbruine ridderzwam (Tricholoma albobrunneum, RL: Kwetsbaar) en de Gele ridderzwam (Tricholoma equestre, RL: Bedreigd). De zeer veeleisende Gele ridderzwam komt hier opvallend veel voor. Het is een soort van droge, zure tot neutrale, zeer voedsel- en humusarme zandgrond (Cladonio Pinetum). Dennenbossen met zoveel Gele ridderzwammen zijn in Nederland vrijwel nergens te vinden. Je moet er niet aan denken dat dergelijke naaldbossen worden gekapt.

Tekst en foto's: Martijn Oud

ROB BIJLSMA: HET ACHTERBAKSE BOS

De afgelopen eeuwen is ons landje ontgonnen en ruilverkaveld. En dat in het kwadraat. Vooruitziende geesten wisten nog wat snippers te vrijwaren van vernietiging. Op de allerarmste grond werd naaldbos aangeplant. Die snippers en dat bos zijn het leefgebied voor duizenden soorten die in de rest van het land niet meer aan de bak komen. Alle reden om daar voorzichtig mee om te gaan, zou je denken. Maar dan heb je buiten de huidige beheerder gerekend. Die vindt namelijk dat die gebieden zijn volgelopen met de verkeerde natuur. In de woorden van Anton Dingeman, de stripheld van Pieter Geenen: ik wist niet dat een bos zo achterbaks kon zijn.

En dat zal het weten ook. De beheerders zijn een kruistocht tegen de bestaande natuur begonnen, daarin gesteund door scheepsladingen geld en een oeverloze brei van flutrapportjes. Een werkverschaffingsproject van megalomane omvang. Deze jongens pakken het grondig aan. Overal klinkt geronk en gezaag. Timberjacks, motorzagen, graafmachines, vrachtwagens, traktoren, kiepkarren, bulldozers, hakselaars, houtversnipperaars… Ja, elke dag een snipperdag, dat is het devies. Hoezo saai, die natuur. De beheerders slaan het tevreden gade. In hun jaarverslagen verschijnen vierkleurenfoto’s waarop ze trots poseren naast een graafmachine die hun natuurgebied aan het herstellen is tot natuur zoals die hoort te zijn.

Deze heilige oorlog heeft echter ook schaduwkanten. Bijvoorbeeld: alles wat je vernielt ten faveure van een utopie, gaat ten koste van de bestaande werkelijkheid. De achteloosheid en minachting waarmee de huidige beheerder bestaande leefgebieden met de erbij behorende planten en dieren naar de knoppen helpt, is shockerend. Het doel heiligt de middelen. Ze komen ermee weg omdat ze geen idee hebben van wát ze vernielen. Wetenschap is namelijk een vies woord in natuurbeschermingskringen. Van de 28.000 diersoorten in Nederland kent de gemiddelde beheerder er misschien 100 van naam, en van geen enkele de ecologie. Dus, als je een herfstvuurspin wilt redden, of een … invullen naar gelang de waan van de dag, kun je zonder wroeging het leefgebied van mossen, varens, paddenstoelen, reptielen, you name it, om zeep helpen. Een Culturele Revolutie avant la lettre, met keurmerk van de overheid en begeleid door vierkleurenonzin en kretologie op kleuterniveau. Als het niet werkt, en dat doet het nooit want natuur kent geen doeltypen, verzin je toch gewoon wat anders. Of ga je opnieuw hakken en graven om die achterbakse natuur alsnog in het gareel te schoppen.

Voor roofvogels, een groepje dieren waar redelijk wat kennis van voorhanden is, ontpopt de ruilverkaveling van natuurgebieden zich als een drama bovenop andere problemen. De natuurboeren hebben de afgelopen jaren willens en wetens zoveel broedgebied van roofvogels opgeruimd en ongeschikt gemaakt, dat ze daarmee de activiteiten van traditionele roofvogelvervolgers ruim voorbij zijn gestoken. Waar de gifmengers en schieters nog geen deuk in een pakje boter konden maken, elke omgebrachte roofvogel werd immers vervangen door een andere, zijn natuurbeheerders veel effectiever in uitroeien. Ontneem roofvogels hun leefgebied, en ze gaan vanzelf de pijp uit zonder dat vervanging mogelijk is. De sterke afname van roofvogels in bossen, oplopend tot halveringen en meer, kan voor een deel op conto van terreinbeheerders worden geschreven. Het zijn de roofvogelvervolgers nieuwe stijl. Niet dat ze daar wakker van liggen. Aan hun horizon gloort immers een schitterende wereld, namelijk het beoogde doeltype. Wat kan ons die paar roofvogels schelen, die vreten toch maar weidevogels op. Kortom, de beuk in het bos. Maar ook weer niet teveel beuk, want we hebben eigenlijk liever zomereik. En die boom daar moet een beetje meer naar links.

 

Dit bericht is overgenomen uit Flessenpost Bergen