Overslaan en naar de inhoud gaan
Dennen

Brief Jacob Vis aan heer ir. S Thijsen, directeur van het Staatsbosbeheer

Wij kennen elkaar niet, dus zal ik mij eerst aan u voorstellen voor ik mijn verzoek aan u richt. Mijn naam is Jacob Vis. Ik heb vijfendertig jaar voor Staatsbosbeheer gewerkt: eerst als districtshoofd (een functie die nu niet meer bestaat, maar destijds door een van uw voorgangers de ruggengraat van de organisatie werd genoemd) ...Lees artikel 

In die laatste functie heb ik een paar grote landelijke projecten geleid, waaronder het project ‘Herenboer in hout’. Tot 2000 verkochten we het merendeel van ons hout op stam. Dat ging vaak goed, maar vaak ook niet en op den duur raakten we, mede door de versnippering, de kennis van de houtoogst kwijt. We wisten niet meer of ons hout de juiste prijs opbracht en hoe we het met moderne technieken moesten (laten) oogsten. Bij de instelling van Dienstverlening wilden we de houtverkoop centraliseren om met groter aanbod en meer kennis van zaken een sterkere positie op de markt te verkrijgen. Minstens zo belangrijk was dat we exact wilden weten wat het zou kosten en hoe we het moesten doen om ons hout met moderne middelen te oogsten en gereed te maken voor verwerking bij de eindgebruiker. Om dat na te gaan heb ik als projectleider met een uitstekende opzichter en acht even goede oogstmachinisten een uitvoerige praktijkproef gedaan in vijf boswachterijen, verspreid in het land. Vijf totaal verschillende objecten die alle gemeen hadden dat de houtoogst door de kwetsbaarheid van bos en bodem zo lastig was dat de beheerders het graag aan ons overlieten, onder het motto: als het hier lukt, lukt het overal.Een van die vijf proefgebieden was, u raadt het al, de boswachterij Schoorl. Een destijds tachtig jaar oude duinbebossing bestaande uit zwarte dennen van één leeftijdsklasse op een uitermate kwetsbare groeiplaats. Het middendeel van het bos moest gedund worden, wat jarenlang was uitgesteld omdat het in handwerk vrijwel onbetaalbaar was. Ik heb dagen door dat bos gelopen om alles voor te bereiden (meten, blessen enz.) en te bezien hoe we met acht enorme machines het hout eruit konden halen zonder onherstelbare schade aan bos en bodem aan te richten. Tijdens de uitvoering heb ik soms met het zweet in mijn handen staan kijken, maar het is dankzij goede voorbereiding en vooral dankzij het vakmanschap van de machinisten en hun loyale medewerking gelukt, tot tevredenheid van de (vooraf zeer sceptische) beheerders.In die tien projectdagen ben ik van dat bos gaan houden. De keuze van onze voorgangers voor de destijds onbekende Oostenrijkse en Corsicaanse den als hoofdboomsoorten bleek een uitstekende optie zijn. De zwarte dennen deden waarvoor ze geplant zijn: ze legden het duin vast en brachten een uniek bosbeeld tot stand. Dat op die schrale, uitermate kwetsbare bodem, met steile duinen en alleen hangwater, blootgesteld aan de zoute zeewind zoiets moois tot stand kwam hadden de makers destijds wellicht niet durven dromen. Soms zou je als bosbouwer wensen dat je tweehonderd jaar mocht worden om te zien wat er van je geesteskinderen terecht is gekomen. Welnu: Staring en de zijnen mogen trots zijn op hun werk in Schoorl.Nu lees ik in de landelijke pers dat Staatsbosbeheer van plan is bijna honderd hectare van dat prachtbos te kappen om het duin weer te laten verstuiven, terwijl dat laatste destijds de reden was om de duinen vast te leggen en te beschermen.Mijn verzoek aan u is: doe het niet! U vernielt iets dat onvervangbaar is voor een idee-fixe dat u overal elders aan de kust toe kunt passen zonder er eerst bos voor te vernietigen. Ik begrijp, onze organisatie kennende, dat u intern enige weerstand moet overwinnen om dit heilloze plan terug te draaien, maar er zijn twee uitstekende motieven die u in de strijd kunt brengen.Het eerste is een politiek motief. Alle Staatsbosbeheerders in de wereld staan pal voor behoud van het bos. Zij zijn de eersten die hun stem verheffen als bos wordt bedreigd, bijvoorbeeld om er een palmolieplantage, een flatgebouw, een snelweg of een stuifduin neer te zetten. Met de uitvoering van dit kapplan maakt u het niet alleen voor uzelf, maar voor alle Staatsbosbeheerders, nu en in de toekomst, onmogelijk om te protesteren tegen het kappen van bos, waar ook ter wereld. Degenen die wij kapittelen zullen hoonlachend met de vinger wijzen: kijk naar Schoorl en wij zullen ons beschaamd terug moeten trekken. Kortom: met dit plan maken we van onszelf de risee van de internationale bosbeschermers.Het tweede is een persoonlijk motief. Om dat te zien zou u zelf een fikse wandeling in dat bos moeten maken, liefst in uw eentje of met iemand die het gebied kent en liefheeft. Als u met een open gemoed rondloopt, zal het u een onvergetelijke herinnering geven. Het is een wonder hoe je op zo’n klein gebied (iets meer dan 1000 ha) zoveel verscheidenheid vindt binnen een zeer beperkt aantal boomsoorten: van de majestueuze Corsicanen aan de binnenduinrand tot de dappere dwergpijnen aan de zeereep die al meer dan negentig jaar de eerste zeewind weerstaan en er voor zorgen dat daarachter iets unieks kan groeien.Kort na ons oogstproject leidde ik een tweedaagse excursie van Indonesische bosbouwers, waaronder uw collega van het Indonesische Staatsbosbeheer. Een van de bossen die we bezochten was de boswachterij Schoorl. Ik liet met trots het resultaat van de oogstproef zien en wees met nog veel meer trots op de dappere dwergbomen langs het strand die daar al tachtig jaar deden wat de collega’s in Indonesië nu proberen met de aanleg van mangrovebossen als kustbescherming. We stonden daar bij die kromme Oostenrijkers te glimmen. Uw collega legde zijn hand op mijn schouder en zei: ‘Well done.’Dat compliment had ik dolgraag door willen geven aan de stichters van het bos, maar ze zijn er helaas niet meer. Laten we ervoor zorgen dat ze zich niet in hun graf hoeven om te draaien.Hoe kunt u dit plan nu terugdraaien zonder gezichtsverlies voor de natuurjongens die zich, blind en doof voor de historie, mooi bos en de politieke implicaties, deze verstuivingskluif niet zonder slag of stoot zullen laten ontglippen?Ik stel voor dat u van de boswachterij Schoorl een bosmonument maakt met instandhouding als hoofddoelstelling. Geen bosreservaat met een beheer van niets doen – wat altijd nog honderd keer beter is dan kappen - maar dat is voor de boswachterij Schoorl geen optie als we het bos in stand willen houden. De bomen die nu een kleine eeuw oud zijn doen het nog prima, maar ze hebben, zoals alle levende wezens niet het eeuwige leven en dus is het zaak nu al bezig te gaan met de verjonging. Dat is een proces dat enkele decennia mag duren, als u op tijd begint. Er zijn fraaie voorbeelden van spontane verjonging van zwarte den langs de kust, bijvoorbeeld in het landgoed Koningshof bij Overveen. Van zo’n voorbeeld kunnen we leren hoe het kan en zelfs hoe het moet. Zoals alle bosbouwers van mijn generatie zie ik behoud van het bos als een heilige plicht. Wellicht een ouderwetse, maar naar ik van harte hoop geen achterhaalde beroepsopvatting. Hoogachtend,